maandag 24 februari 2014

Over controle van de controle en kapsels, natuurlijk.

Nog eentje en dan wordt het hier officieel de kapperskrant.

Want eens een mens aan dat haar kleuren begint, is het een straatje zonder einde. Het moet gezegd, ik zat er vandaag bijzonder relaxt bij en dus was er tijd om eens iets anders dan zorgen om de kapper in me op te nemen.
Het kapsalon zat afgeladen vol, en dat voorzeker niet met klanten. Dat me dat de voorbije tot-aan-de-drempel-pogingen nooit is opgevallen. De kapperszaak bestaat uit 3 ruimtes: de wasbakken, de kleur- en krulruimte en de knipruimte. In elk gedeelte lopen minstens 5 werknemers rond en dan nog een handvol volk bij de receptie annex betaalhoek, met zijn allen netjes in de correcte kleuren gestoken.
Bij West Hair Salon heeft men het niet zo voor de kapstertjes. Het regiment mannelijke kappers zit strak in zwart gesteven overhemd en naar iets te nauw neigende katoenen broeken, al dan niet gepaard met lakzwarte schoenen. De massagemeisjes houden het bij kraakwit en jeans, terwijl de wasbakdelegatie in snoepjesroze duchtig met shampoo goochelt. De haarkleurbrigade propertjes in zwart waar een spetter hier of ginder niet echt kan opvallen, de manager van dienst onderscheidt zich met een das en aan zijn arm een stijfgesteven, vers gecoifte, kortgerokte receptioniste.
Moet het gezegd dat al die drukte bij momenten overweldigend is? Het begint al bij aankomst waar een squad van drie simultaan de jas, sjaal en overigen van je afpelt en netjes in een kastje opbergt. Roze aan mijn linkerarm en wit aan mijn rechterarm tronen me mee naar de kleurruimte waar geruisloos een derde een cape over me heen gooit.
Vergat ik te vermelden dat er ook een barmeid is? Met voorschoot en al bedient ze elegant en de koffiemachine, de theekannen, de waterfontein. Niet dorstige klanten worden met een lichte minachting in haar koude blik de rug toegekeerd.
De haarkleuring zelf gebeurt symmetrisch aan linker- en rechterhelft door kleurmenger 1 en 2 feilloos gesuperviseerd door de kleurensuppoost. Een vierde komt na afloop het resultaat van de controle controleren en met een knikje dat zoveel zegt als 'inpakken met folie, dat boeltje... Ja, jullie alledrie.' Het is meteen ook het sein voor de masseuse om ten tonele te verschijnen. Terwijl de verf zijn werk doet, worden nek, armen en handen losgevezen. En als mijn laatste pink zich nooit relaxter heeft gevoeld, word ik door twee nog niet eerder geziene stafleden naar de wasbak begeleid waar wasseuse 1 shampoot en twee met een naar rotte eieren stinkend goedje de verfvlekken verwijdert. En dan treed ik samen met masseuse twee de hemel binnen bij drukpunt zeven op mijn hoofd. Twintig minuten ouder brengt drukpunt fontanel me bruusk naar de kappersrealiteit en dan is het tijd voor knippen en brushen uitgevoerd door vreemd genoeg een en dezelfde kapper, weliswaar gesuperviseerd door een ander en minimaal gestoord door de veegborstel en het blik van nummer drie.

Werkelijk waar een geoliede machine... Ware het niet van dat ene akkefietje. Geen begeleiding voorhanden van kappersstoel naar kassa? Zag ik daar een vierkante centimeter oningenomen terrein? Vacature niet ingevuld gekregen? Dat kan beter, meneer West.


dinsdag 18 februari 2014

Nooit gedacht

Er zijn wel meer dingen in het leven waarvan ik zeg: "Dat? Nooit!" En kijk, ik loop sinds kort ook rond met een door het ontkrulijzer stijf gesteven paardenstaart. Aziatische kappers hebben een ver rijkende overtuigingskracht. Of weten niet wat met krullen aan te vangen.
Na de zoveelste geschiedkundige ramp op de middelbare school, had ik weinig moeite om de historische boeken voorgoed te sluiten. Die paar biografieen van Marie-Antoinette, duchess Georgiana en Katherine de Grote, wat boeken over Kongo en de Afrikaanse boers even terzijde. Geschiedenisboeken staan hier gewoon stof te vergaren.
Tot een paar weken geleden een Nederlandse historica met evenveel overtuigingskracht als het ontkrulijzer van de kapster me uitnodigde voor een reeks "De geschiedenis van Beijing" bij haar thuis.
En zie, op donderdag zit ik met rooie oren en een notepad op schoot te luisteren naar Chinese verhalen over Kublai Kan, eunuchen en geheime genootschappen van de Witte Lotus die keer op keer de geschiedenis wisten te herschrijven. We zijn onlangs gestart met het zwaardere werk van keizzerrijk naar republiek, een turf van 100 kilogram en meningen.
Maar wij, wij houden het gezellig met discussies vanuit de luie stoel. Salonhistorici als het ware. Al mag een buitenstaander ook denken dat het me meer om de altijd presente koffie en cake te doen is.

dinsdag 11 februari 2014

Grijze muizen

Het is een fixatie waar ik steeds weer op uitkom zolang er haar op mijn hoofd staat, laat ons zeggen. U weet het, ik weet het, maar op vlak van kappers zijn we niet echt avontuurlijk. Het constant veranderen van standplaats voegt niet veel positiefs toe aan die kappersvrees. In mijn hoofd ben ik al een paar keer tot net voor de drempel van de kapperszaak gewandeld, in het echt sta ik er nog een aantal roltrappen van verwijderd.
Dan maar zelf wat kleur in mijn haar gooien, is mijn motto. Mijn keurmerk is niet te krijgen, maar er zijn genoeg bekend in de oren klinkende namen voorradig. Het probleem? Wie niet voor alle tinten zwart gaat, blijft wat op zijn honger zitten. Wil nu dat pikzwart, gitzwart, ravenzwart, heksenzwart me er zo streng doet uitzien. Dus had ik mijn zinnen al jaren geleden op middenbruin gezet. Niet te vinden... Tot kort geleden een doosje rich brown in de rekken stond te pronken. Dan wint de zottigheid het alsnog van de grijze haren. En nu weet ik dus ook waarom het daar zo eenzaam stond. Verkeerde rayon. Het doosje hoorde in de groentenafdeling thuis.

Kappersvrees? Dan moet u in Beijing maar door het leven als aubergine...