Ze was die vrouw alleen, de dame zonder man. Ze woonde in dezelfde straat, ergens om de hoek. Ze behoorde tot de To Ngoc Van lane 11 Hanoi crew net als allen van ons. Ze liep elke ochtend in zwierige zomerjurken vrolijk richting school, keerde klokslag 4 net ietsje vrolijker terug. We knikten elkaar toe, we lachten bedeesd, we spraken elkaar voorzichtig aan. We deelden recepten in de buurtwinkel, troepten samen met de buurvrouwen, trapten op elkaars danstenen op Burns'night en hingen eenmalig samen aan de toog. En toen voor ons het vertrek kwam, blies dat het verhaaltje uit.
Zo gaat het vaak met kennissen, nog vaker in expatkringen. Vaarwel, tot ziens, maar vaker nog tot nooit meer. Tot kort geleden op facebook toevallig het berichtje kwam.
Ze had een zoon gebaard en zowat twintig jaar later had ze hem veel te jong en lang aan kanker zien verteren. Ze had zijn hand gekust en hem vooral een moedige vechter gevonden. Ze had bij zijn sterfbed gehoopt. Ze had hem alsnog moeten afstaan.
Ze had een vrolijke blik toen en ik heb het verdriet nooit kunnen zien. Dat maakt me triest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten